Expositie Aletta Jacobs en Aletta's van Nu
Als randprogramma bij de voorstelling De Passie van Anna maakte fotografe Bernice Siewe in samenwerking met THIM een fototentoonstelling van Aletta's van Nu uit Amsterdam Nieuw West.
Hiermee haalt THIM Muziektheater negen vrouwen naar voren die als ‘Aletta’s van Nu’ actief zijn in de samenleving: doelgericht, leergierig, sociaal betrokken, inspirerend, moedig opkomend voor verbetering van de positie van vrouwen in Nieuw West. Deze 'Aletta's van Nu' zijn afkomstig uit de voormalige stadsdelen Osdorp, Bos en Lommer en Geuzenveld Slotermeer.
De tentoonstelling was in het najaar van 2009 te zien op het Osdorpplein, het Bos en Lommerplein en het Plein 40-45. Tijdens het Sloterplas Festival van 25 t/m 27 juni 2010 is de fototentoonstelling 'Aletta's van Nu' opnieuw te zien en in 2011 in Enschede en Doetinchem als randprogramma bij de voorstelling De passie van Anna.
Aletta's van Nu
| 25 t/m 27 juni 2010 | Amsterdam | Sloterplas Festival |
| februari 2011 | Enschede | Concordia |
| maart 2011 | Doetinchem | De Gruitpoort |
'Muziektheater krijgt smoel tijdens Aprilweek'
Marijke Beversluis was begin april één van de workshopleiders van de workshop 'Theater & Muziek' georganiseerd door NHL Hogeschool in Leeuwarden. Hieronder volgt het verslag van Aukje de Boer.
Ieder jaar organiseert de opleiding Docent Theater van de NHL Hogeschool in Leeuwarden in de maand april een speciale inspiratieweek voor theaterstudenten en afgestudeerde kunstvakdocenten.
De zevende editie van deze Aprilweek vond plaats van 6 tot en met 9 april 2010 en kreeg als overkoepelend thema ‘Theater & Muziek’ mee. De opleiding Docent Theater werkte hiertoe samen met de Academie voor Popcultuur en Kunstfactor, sectorinstituut amateurkunst.
De eerste drie dagen volgden studenten workshops van muziektheaterspecialisten als Marijke Beversluis (THIM), Niels Vermeulen (Yo-opera), Huib Folmer (De Kunst) en Thijs de Wit (PIPSLAB). De week werd afgesloten met een studiedag waarin verschillende makers en visies met betrekking tot het maken van muziektheater de revue passeerden.
Tijdens het plenaire gedeelte op het eind van de studiedag, vat Gudrun Beckmann, studieleider van de opleiding Docent Theater in Leeuwarden, de oogst van de Aprilweek 2010 als volgt samen: ‘Word goed in je eigen vak zodat jij anderen kunt inspireren. En zoek de juiste vakbroeders en zusters die samen met jou theater willen maken.’ Daarmee tipt ze haar toehoorders en benoemt ongemerkt de kracht èn het manco van muziektheater. Want muziektheater zo leert deze Aprilweek - vereist interdisciplinair makerschap. Vanuit twee disciplines een voorstelling opbouwen tot een stevig huis. Wanneer één van de twee disciplines onverhoopt wordt weggelaten, stort dat lijvige huis in en blijft er niets over dan een ondefinieerbare hoop bakstenen, die ooit samen dat prachtige onderkomen vormden. Muziektheater kent een complex maakproces en is een dure tak van sport. Want naast een theatermaker is ook een componist bij het artistieke maakproces betrokken. Hoe realistisch is die werkwijze voor theaterdocenten, die veelal terechtkomen in het onderwijs of het amateurtheatercircuit? Renate van den Broek, afgestudeerd kunstvakdocent, maakt zich daar niet druk over: ‘Ik ben hier niet om te leren hoe ik muziektheater kan maken. Dat is voor mij sowieso onhaalbare kaart, want dat kan de theatergroep die ik regisseer niet betalen. Ik laaf me aan de kijkopdrachten die Marijke Beversluis geeft. Haar analytische, grondige werkhouding inspireert mij vooral als theatermaker.’
‘Muziek is niet leuk, maar noodzakelijk’
Donderdagochtend, half tien. Marijke Beversluis leidt de workshop ‘Theater en/of Muziek’ en bespreekt met de studenten een voorstelling die ze de avond daarvoor hebben gezien. Aan de hand van vijf vragen wordt de voorstelling Een missverkiezing van het Volksoperahuis tegen het licht gehouden. De eerste vraag behelst of in één zin kan worden samengevat waar de voorstelling over gaat. Geen makkelijke opgave. Een student vertelt: ‘Ik heb daar niet over nagedacht, ik vroeg me de hele tijd alleen maar af: waarom kies je nu voor muziek, waarom zing je dit?’. Marijke Beversluis: ‘De makers hebben niet de intentie gehad om muziektheater te maken, toch is het goed om op deze manier naar de voorstelling te kijken.’ Tevens benadrukt Beversluis het verschil tussen multidisciplinair gebruik van theater en muziek (de disciplines worden naast elkaar gebruikt) en interdisciplinair gebruik van beide disciplines (muziek en theater zijn onlosmakelijk met elkaar verweven). Er wordt instemmend geknikt. Rianne Kleefman (tweedejaars student aan de Popacademie) vertrekt net als Marijke graag vanuit de inhoud: ‘Marijke gaat er van uit dat muziek daadwerkelijk iets toevoegt. Daar ben ik het mee eens. Niet omdat het leuk is muziek te gebruiken, maar omdat het noodzakelijk, functioneel is. Het gaat er om dat je het verhaal dat je wilt vertellen vertelt. Vertrekkend vanuit de inhoud. En of dat nu met beeld, tekst, dans of muziek is, of in combinatie, maakt niet uit. De inhoud bepaalt voor welke discipline je kiest.’
Na de korte analyse en een snelle warming-up gaan de studenten in vier groepen uiteen. De dag ervoor hebben ze gewerkt aan een muziektheaterscène geïnspireerd op een existentieel thema naar keuze: liefde, verraad of dood. ‘Ga nu je scène perfectioneren en laat je niet verleiden tot discussie, maar ga doen’. Dat is een onnodige opmerking, want als iets blijkt uit de sfeer van werken tijdens de workshops en de studiedag is dat (afgestudeerde) docenten Theater vooral erg graag doen.
De werkpresentaties van de vier workshops laten de veelvormigheid van muziektheater in al zijn facetten zien. Van een hoorspel/ervaringstheater tot de interactieve, dynamische presentatie van de Pipslabbers, van ingetogen scènes over de dood tot humorvolle muziektheaterperformances, afgeleid van bekende klassiekers. Grimmig is de scène waarin twee kinderen vertellen over de te leuke begrafenis van tante Irma. Een tweestemmig koor brengt de kinderen via een knullig abc op het idee hun kleine zusje om te brengen zodat ze nóg een begrafenis met cake hebben. ‘De u is voor uitvaart, twee in één week’. De scène, die is gemaakt tijdens de workshop van Marijke Beversluis, is een schoolvoorbeeld van interdisciplinair muziektheater waarin beide disciplines een duidelijke functie hebben en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Muziektheater dat raakt ontstaat blijkbaar wanneer inhoud de vorm bepaalt. Niet andersom.
‘Muziektheater moet smoel krijgen’
De studiedag op 9 april trapt af met Clare Tolsma, senior adviseur muziektheater voor Fonds Podium Kunsten. Zij schetst in 20 minuten het veld waarbinnen muziektheater zich begeeft binnen de professionele kunsten.
Na het schetsen van dit landelijk kader, worden de vijf workshopleiders uitgenodigd kort te vertellen waar ze voor staan en hoe hun organisatie zich verhoudt tot het brede veld van muziektheater: Deborah Patty (Yo-opera), Marijke Beversluis (THIM), Ella Kwakkestein en Frank van Gaal (APS Kunstwerk), Floor Pots (Werkmancollege Groningen) en Wilma Sekrève (Dario Fo).
De inhoud van hun workshops varieert van een hoorcollege tot het geven van voorbeeldlessen in de praktijk. Ella Kwakkestein en Frank van Gaal werken in 5 kwartier toe naar een presentatie waarbij drie emoticons de basis vormen voor een muzikale dramapresentatie, waarbij beide disciplines elkaar versterken en aanvullen. De werkvorm is eenvoudig en meteen toe te passen in een drama en/of muziekles. Ook Marijke Beversluis werkt op basis van een sprookje het interdisciplinair werken nader uit. Deborah Patty legt de werkwijze van Yo-opera uit aan de hand van een aantal projecten. Prachtig materiaal biedt de documentaire Toonladders en Tweedeklassers waarin Niels Vermeulen wordt gevolgd bij het maken van een opera op een VMBO-school in Kanaleneiland (Utrecht). Wilma Sekrève slaat een geheel andere toon aan. ‘Ik ben helemaal niet zo van het proces, wij zijn gericht op het resultaat’. Bijna smakelijk is haar anekdote tijdens het maakproces van de 11kernenopera wanneer ze vertelt over de professionele kunstenaar die niet ‘kon buigen’. Daarmee doelt zij op een bekende, professionele componist die vast hield aan zijn idee en zich niet kon verbinden met een koor uit een kleine gereformeerde gemeenschap in het Westland. Deze opmerking van Sekrève is enigszins tegen het zere been van Clare Tolsma, die het in haar afsluitende woorden opneemt voor de professionele kunstenaars. ‘Ik ken heel veel professionele kunstenaars die prima in opdracht kunnen werken’.
Wat leert deze Aprilweek de (toekomstige) muziektheatermaker?
Enthousiasmeer de lokale overheid voor je project. De 11kernenopera in het Westland kwam er mede door enorme bevlogenheid van de burgemeester. Schuw het gebruik van het woord ‘opera’ niet en voeg daar naar gelang iets aan toe. Gameopera. Vissersopera. Volksopera. Vertrek vanuit de inhoud, en blijf bij jezelf. ‘In je eigen kracht blijven staan, de kracht van de ander respecteren en dan in gesprek blijven met elkaar, dan komt het goed’, glimlacht Marijke Beversluis als ze probeert aan te geven wat het maken van muziektheater van haar vraagt.
Een dure tak van sport en een complex maakproces. Muziektheater maken is allesbehalve eenvoudig, maar door de werkelijke bereidheid elkaars taal te leren spreken en elkaars kennis en kunde te respecteren, kan het aanbod en de kwaliteit van deze tak van sport alleen maar worden vergroo
Educatie
Medewerkers van THIM Muziektheater zijn niet alleen ervaren makers en spelers, maar zijn ook ervaren op het gebied van coaching en training met de podiumkunsten als uitgangspunt. Op aanvraag kan THIM Muziektheater workshops aanbieden op het gebied van theater, dans en beeldende kunst.
Voor meer informatie en prijzen mail naar info@thimmt.nl
